Diabetes
Diabetes is het syndroom dat zich kenmerkt door herhaaldelijk verhoogde bloedglucosewaarden (hyperglykemie). De term suikerziekte wordt ook wel gebruikt, maar wordt door sommigen afgeraden omdat deze verkeerde associaties zou oproepen, zoals dat diabetes zou ontstaan door te veel suiker te eten, of dat men geen suiker zou mogen eten als men diabetes heeft. Hoe hoog de bloedglucosewaarden precies moeten zijn en onder welke omstandigheden die metingen moeten worden gedaan is internationaal vastgelegd in afspraken, die per land soms iets kunnen verschillen. De continue hyperglykemie veroorzaakt als hij hoog genoeg is glucosurie (suikerverlies via de urine) wat in ernstige gevallen een merkbare polyurie (veel urineren) zowel als polydipsie (veel drinken) ten gevolge heeft.
#ad3#
Diagnose
De conventie stelt dat de ideale bloedglucose-waarde (de bloedglucosespiegel) tussen de 4 en de 6 mmol/liter dient te liggen. Indien de 'nuchtere' waarden bij een onbehandeld persoon boven de 6.9 mmol/l en 'niet-nuchter' boven de 11.0 mmol/l liggen, spreekt men van diabetes. In het grijze gebied tussen deze grenswaarden spreken sommigen wel, anderen niet van diabetes. Landelijk en internationaal worden over deze waarden periodiek afspraken gemaakt of ze worden herzien door medici op grond van onderzoeksresultaten.
Behandeling
Type 2 diabetes is te behandelen met een dieet en met een aantal orale geneesmiddelen (sulfonylureumderivaten zoals Amaryl(R) en Uni Diamicron (R), biguaniden zoals metformine en thiazolidinedionen zoals pioglitazone). Type 1 kan alleen worden behandeld met insuline. Insuline wordt ook gebruikt als type 2 diabetes niet afdoende reageert op behandeling met tabletten. De behandeling van diabetes bestaat niet alleen uit medicatie. Het gaat erom de bloedglucosespiegel zo stabiel mogelijk te houden door een combinatie van medicatie, dieet en bewegen. Dat is er ook de reden van dat mensen met diabetes gerust suiker mogen, in tegenstelling van wat vroeger gedacht werd. Het gaat om de totale koolhydraatinname. Mensen met diabetes dienen zich zowel te hoeden voor een hypoglykemie (te lage bloedglucosespiegel), hetgeen verholpen kan worden door koolhydraten te eten, als voor hyperglykemie (te hoge bloedglucosespiegel), in welk geval koolhydraten vermeden dienen te worden. De correcte balans vinden tussen deze uitersten, bijvoorbeeld bij zware inspanningen of sport, is soms moeilijk. (Leken denken soms dat de wel eens optredende hypoglykemie bij diabetes hoort; dat is echter niet juist; het is een bijwerking van de behandeling.)
Insuline bestaat in zeer kort, kort- en langwerkende vormen en verschillende mixen hiervan; alle moeten worden ingespoten onder de huid of door middel van een insulinepomp worden ingebracht. In 2006 komt er inhaleerbare insuline op de markt. Ook combinaties tussen orale medicatie en verschillende soorten insulines zijn mogelijk.
Medicatie die de bloedglucose verlaagt is echter niet genoeg. Mensen met diabetes hebben ook een veel grotere gevoeligheid dan gezonde voor andere risicofactoren, met name roken, hoge bloeddruk en een te hoog cholesterol ook wel het metabool syndroom genoemd. Het is bij mensen met diabetes dus van nog meer belang dan bij andere groepen dat zij niet roken, een normaal gewicht handhaven, aan lichaamsbeweging doen en een eventuele hoge bloeddruk en hoog cholesterol laten behandelen.
In Nederland wordt er naar gestreefd diabetes en alle bijkomende gevaren als een geheel te behandelen, waarbij patiënten een paar maal per jaar worden gezien. Hierbij wordt gekeken naar:
Anno 2004 wordt er onderzoek verricht naar de transplantatie van β-cellen in de alvleesklier ten einde bepaalde vormen van diabetes te kunnen genezen. Ook implanteerbare insulinepompjes worden al getest. Deze laatste zouden een nagenoeg ideale behandelingsmethode kunnen zijn, vooral als het mogelijk zou worden om het pompje zelf ook continu de bloedglucosespiegel te laten meten en de insulineafgifte daarop aan te passen. Dit zelf meten door een implanteerbaar apparaatje is echter (in 2004) nog niet goed mogelijk. Er bestaan wel glucosemeters waarmee de patiënt zelf met een nauwelijks voelbare vingerprik zijn eigen bloedglucosewaarde kan meten. Deze zogenaamde zelfcontrole is van groot belang voor een zo stabiel mogelijke bloedglucosewaarde en het daarmee zoveel mogelijk voorkomen van late complicaties.
Daarnaast is in 2007 in de VS een systeem toegelaten bestaande uit een insulinepomp en een glucose-sensor, die via een teflon canule de bloedsuiker kan meten. Dit is een grote stap in de richting van het zogeheten "closed-loop"-systeem, waarbij men op langere termijn een systeem hoopt te ontwikkelen dat afhankelijk van de bloedsuikerwaarde de insulinetoevoer regelt.
| Dit domein is te koop - te huur. Indien u geïnteresseerd bent in dit domein stuur dan een voorstel naar: |